antioxidant
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord ˈɑntiˌʔɔksiˌdɑntBetekenis
- stof die oxidatie tegengaat, vaak chemische toevoeging aan voedingsmiddelen om bederf te voorkomen
Hoe spreek je antioxidant uit?
/ˈɑntiˌɔksiˌdɑnt/
Antioxidant bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| s | sok |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- stof die reacties tegengaat waarbij elektronen worden uitgewisseld
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antioxidanten | meervoud |
| antioxidantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| antioxidantjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- reacties tegengaand waarbij elektronen worden uitgewisseld
Herkomst
afgeleid van oxidant met het voorvoegsel anti-
Woordfamilie van antioxidant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antioxidante | woordvorm | antioxidant |
| antioxidanten | meervoud | antioxidant |
| antioxidantje | verkleinwoord | antioxidant |
| antioxidantjes | verkleinwoord meervoud | antioxidant |
| antioxidants | woordvorm | antioxidant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antioxidant zijn vastgelegd.