trompetbloem
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plant uit de trompetboomfamilie (Bignoniaceae)
- Noord-Amerikaanse sierheester met trompetvormige bloemen
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort plant, Pandorea jasminoides uit de trompetboomfamilie (Bignoniaceae)
- benaming voor bladverliezende, verhoutende klimplanten uit het geslacht Campsis, die vooral gedijen in subtropische en Mediterrane klimaten; in gematigde streken zijn ze winterhard bij teelt tegen een warme muur.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trompetbloemen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trompet zn en bloem zn
Woordfamilie van trompetbloem
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trompetbloemen | meervoud | trompetbloem |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trompetbloem zijn vastgelegd.