| - |
impersonal, passief
|
| ben getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is getrompet |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was getrompet |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd getrompet |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt getrompet |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal getrompet worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal getrompet zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou getrompet worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou getrompet zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| getrompet |
verleden tijd, deelwoord
|
| getrompet te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| getrompet te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| getrompet te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getrompet te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getrompet te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getrompet worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| getrompet zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| getrompet zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| getrompet zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| getrompet zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had getrompet |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had getrompet |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden getrompet |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden getrompet |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben getrompet |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te hebben getrompet |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te trompetten |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen trompetten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| trompet |
gebiedende wijs
|
| trompette |
verleden tijd
|
| trompette |
aanvoegende wijs
|
| trompettend |
onvoltooid, deelwoord
|
| waart getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren getrompet |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren getrompet |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was getrompet |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was getrompet |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was getrompet |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt getrompet |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt getrompet |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt getrompet hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt getrompet zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen trompetten |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult getrompet hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult getrompet worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult getrompet zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult trompetten |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|