Naar de inhoud

trompetten

trompetteren

trompetten is meer dan één woord

trompetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. trompetteren
  2. op een trompet blazen
  3. op een trompet ten gehore brengen

Vervoeging van trompetten

trompettenhele werkwoord — trompetteverleden tijd enkelvoud — getrompetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik trompet trompette
jij trompet trompette
hij, zij, het trompet trompette
wij trompetten —
jullie trompetten —
zij trompetten —
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getrompet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getrompet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getrompet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getrompet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getrompet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getrompet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getrompet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getrompet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getrompet verleden tijd, deelwoord
getrompet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getrompet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getrompet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getrompet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getrompet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getrompet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getrompet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getrompet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getrompet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getrompet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getrompet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getrompet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getrompet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getrompet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getrompet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getrompet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te trompetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen trompetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trompet gebiedende wijs
trompette verleden tijd
trompette aanvoegende wijs
trompettend onvoltooid, deelwoord
waart getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getrompet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getrompet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getrompet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getrompet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getrompet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getrompet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getrompet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getrompet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getrompet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getrompet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt trompetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen trompetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getrompet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getrompet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getrompet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult trompetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord trompet

Woordfamilie van trompetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getrompet voltooid deelwoord trompetten
getrompette woordvorm trompetten
trompette verleden tijd trompetten
trompettend onvoltooid deelwoord trompetten
trompettende woordvorm trompetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trompetten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over trompetten

Wat is de betekenis van trompetten?
Trompetten is een werkwoord. De betekenis is: trompetteren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik trompetten?
Zo vervoeg je trompetten zo: de tegenwoordige tijd is trompet, de verleden tijd is trompette en het voltooid deelwoord is getrompet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord trompetten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

trompetten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. R 2
  3. O 1
  4. M 3
  5. P 4
  6. E 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

trompetten in het kort

trompetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van trompetten staan er 72 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort trompetten bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

trompetten: trompetteren
Deel trompetten — standaardnederlands.nl