stond
zelfstandig naamwoord, werkwoord stɔntBetekenis
- tijdstip
Hoe spreek je stond uit?
/stɔnt/
Stond bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
Klinkt hetzelfde als stondt.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- punt in het tijdsverloop waarop iets gebeurt formal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stonden | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van staan
Vervoeging van stond
stondhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands stont van Oudnederlands stunda, in de betekenis van ‘tijd(stip)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901