schoen
zelfstandig naamwoord /sxun/Betekenis
- bekleedsel om de voet warm te houden en te beschermen
- iets dat min of meer op een schoen lijkt bijv. een remschoen
Hoe spreek je schoen uit?
/sxun/
Schoen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| u | boek |
| n | nek |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoenen | meervoud |
| schoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘voetbekleedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van schoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoenen | meervoud | schoen |
| schoentje | verkleinwoord | schoen |
| schoentjes | verkleinwoord meervoud | schoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoen zijn vastgelegd.