pantoffel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een comfortabel soort schoeisel bedoeld om in huis te gedragen te worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pantoffels | meervoud |
| pantoffeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pantoffeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘huisschoen’ voor het eerst aangetroffen in 1492
Woordfamilie van pantoffel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pantoffels | meervoud | pantoffel |
| pantoffeltje | verkleinwoord | pantoffel |
| pantoffeltjes | verkleinwoord meervoud | pantoffel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pantoffel zijn vastgelegd.