rantsoen
zelfstandig naamwoord /rɑnt'sun/Betekenis
- beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel
- losprijs
Hoe spreek je rantsoen uit?
/rɑntˈsun/
Rantsoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- beperkte dagelijks verstrekte hoeveelheid voedsel en andere primaire levensbenodigdheden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rantsoenen | meervoud |
| rantsoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rantsoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘portie’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1598
Woordfamilie van rantsoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rantsoenen | meervoud | rantsoen |
| rantsoentje | verkleinwoord | rantsoen |
| rantsoentjes | verkleinwoord meervoud | rantsoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rantsoen zijn vastgelegd.