groen
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord ɣrunBetekenis
- secundaire kleur, in het spectrum gelegen tussen geel en cyaan, met een golflengte van circa 550 nm
- gebladerte, loof en andere plantendelen met veel bladgroen
- passend in een natuurbewuste of duurzame levensstijl
- de kleur groen hebbend
- ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk
- onervaren, nieuw
Hoe spreek je groen uit?
/xrun/
Groen bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| n | nek |
zelfstandig naamwoord — neuter
- kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben, geel met blauw gemengd; secundaire kleur, in het spectrum gelegen tussen geel en cyaan, met een golflengte van ca. 550 nm
- (persoon) iemand die in een bepaalde organisatie of activiteit nog geen ervaring heeft figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| groenen | meervoud |
| groentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| groentjes | verkleinwoord, meervoud |
bijvoeglijk naamwoord
- met de kleur zoals bladeren van planten die meestal hebben
- passend in een natuurbewuste of duurzame levensstijl, ecologisch verantwoord, milieuvriendelijk figuratively
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
- gebiedende wijs van groenen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groenen
Vervoeging van groen
groenhele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands groen / groene van Oudnederlands gruoni, verder wellicht doublet met zowel groeien als gras. Als kleurnaam aangetroffen vanaf 1040 Buiten het Germaans zijn geen verwante woorden met zekerheid bekend. Misschien van Proto-Indo-Europees *ǵhroh1-ni (deze gereconstrueerde wortel zou dan weer samenhangen met *ǵhrh1-,"groeien"), maar mogelijk ook een ontlening uit een substraattaal.
Woordfamilie van groen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| groener | woordvorm | groen |
| groenere | woordvorm | groen |
| groeners | woordvorm | groen |
| groens | woordvorm | groen |
| groenst | woordvorm | groen |
| groenste | woordvorm | groen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groen zijn vastgelegd.