Naar de inhoud

doen

een actie ondernemen

doen is meer dan één woord

doen

werkwoord, zelfstandig naamwoord dun

Betekenis

  1. een actie ondernemen
  2. maakt van een ergatief werkwoord een causatieve constructie
  3. functioneren
  4. plaatsen
  5. aan: iets beoefenen zonder dat het je beroep is
  6. het verrichten van een werk
  7. toen

Hoe spreek je doen uit?

/dun/

Doen bestaat uit één lettergreep.

De tekens in /dun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
u boek
n nek

werkwoord

  1. maakt van een ergatief werkwoord een causatieve constructie In Belgisch-Nederlands wordt deze betekenis meer gebruikt, in Nederland is buiten formele taal "laten" meer gangbaar. auxiliary
  2. het ~ functioneren (in veel gevallen direct gevolgd door goed bn of slecht bn)
  3. op een andere plaats brengen vernacular
  4. een bepaalde intrinsieke waarde hebben
  5. ~ aan: iets beoefenen zonder dat dit beroepsmatig is
  6. het ~ , geslachtsgemeenschap hebben informal

Vervoeging van doen

doenhele werkwoord — deedverleden tijd enkelvoud — dedenverleden tijd meervoud — gedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe deed
jij doet deed
hij, zij, het doet deed
wij doen deden
jullie doen deden
zij doen deden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deed verleden tijd
doe gebiedende wijs
doe aanvoegende wijs
doend onvoltooid, deelwoord
er is gedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedaan verleden tijd, deelwoord
gedaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt doen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult doen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

erfwoord, in de betekenis van ‘handelen, plaatsen’ voor het eerst aangetroffen in 901

Woordfamilie van doen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon doen
deed verleden tijd doen
deedt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon doen
doe gebiedende wijs doen
doend onvoltooid deelwoord doen
doet aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon doen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over doen

Hoe spreek je doen uit?
De uitspraak van doen is: /dun/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent doen?
Doen is een werkwoord. Het woord betekent: een actie ondernemen. Deze pagina beschrijft 13 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je doen?
Je vervoegt doen als volgt: de tegenwoordige tijd is doe, de verleden tijd is deed en het voltooid deelwoord is gedaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op doen?

In dit woordenboek rijmen 108 woorden op -oen op doen, zoals citroen, negerzoen en kalkoen. Het gaat om staand rijm: de klank vanaf de laatste beklemtoonde klinker is gelijk.

Rijmwoorden op doen, uitspraak dun, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
citroen 2
negerzoen 3
kalkoen 2
schoen 1
harpoen 2
groen 1
pensioen 2
vermiljoen 3
toen 1
katoen 2
schorpioen 3
pompoen 2
limoen 2
miljoen 2
watermeloen 4
kapoen 2
visioen 3
seizoen 2
wandelschoen 3
quadriljoen 3
klaroen 2
voldoen 2
zoen 1
hoen 1
biljoen 2
triljoen 2
poen 1
rantsoen 2
oen 1
fatsoen 2
blazoen 2
taifoen 2
tycoon 2
taikoen 2
gravelseizoen 4
overdoen 3
kerstkalkoen 3
noen 1
griffioen 3
ontdoen 2
Nog 60 rijmwoorden
galjoen 2
altijdgroen 3
jachtseizoen 3
zwemkampioen 4
cartoon 2
tentoonstellingspaviljoen 7
paviljoen 3
strandpaviljoen 4
wereldkampioen 5
koefnoen 2
hoogseizoen 3
bladgroen 2
regenseizoen 4
boezeroen 3
legergroen 3
poetskatoen 3
ouderdomspensioen 5
dubloen 2
pennoen 2
overlevingspensioen 6
onfatsoen 3
berkoen 2
perkoen 2
zwemseizoen 3
angstvisioen 4
appelgroen 3
baalkatoen 3
bamoun 2
bedrijfspensioen 4
binnendoen 3
bodybuildingkampioen 7
boommeloen 3
broedseizoen 3
casinopensioen 5
dagrantsoen 3
deciljoen 3
dóén 1
fibergroen 3
garsoen 2
griffoen 2
herfstkampioen 5
herkenningstune 4
hockeykampioen 5
indoorseizoen 4
kameroen 3
klarun 2
knalgroen 2
lotusschoen 3
milliljoen 3
nigoen 2
oenemeloen 4
outdoorseizoen 4
parelhoen 3
quadragintiljoen 5
septiljoen 3
sextiljoen 3
tachanoen 3
tikoen 2
toekomstvisioen 5
trigintiljoen 4

Er zijn er 108 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord doen is 5 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. 5 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

doen levert met Wordfeud minimaal 5 en maximaal 27 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. N 1
  5. 5 zonder bonus
  6. 27 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (D) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

doen telt 4 letters, waarvan 4 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 3.012 woorden van 4 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

doen in het kort

doen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 13 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van doen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort doen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

doen: een actie ondernemen
Deel doen — standaardnederlands.nl