schoenzool
zelfstandig naamwoord /'sxunzol/Betekenis
- het onderste deel van een schoen of laars dat contact heeft met de grond tijdens het lopen
Hoe spreek je schoenzool uit?
/ˈsxunzol/
Schoenzool bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| u | boek |
| n | nek |
| z | zon |
| o | boot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoenzolen | meervoud |
| schoenzooltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoenzooltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schoen zn en zool zn
Woordfamilie van schoenzool
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoenzolen | meervoud | schoenzool |
| schoenzooltje | verkleinwoord | schoenzool |
| schoenzooltjes | verkleinwoord meervoud | schoenzool |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoenzool zijn vastgelegd.