schoenenwinkel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- winkel waar men naast schoenen meestal ook sokken, schoenveters en schoenpoets verkoopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoenenwinkels | meervoud |
| schoenenwinkeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoenenwinkeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schoen en winkel met het invoegsel -en-
Woordfamilie van schoenenwinkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoenenwinkels | meervoud | schoenenwinkel |
| schoenenwinkeltje | verkleinwoord | schoenenwinkel |
| schoenenwinkeltjes | verkleinwoord meervoud | schoenenwinkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoenenwinkel zijn vastgelegd.