altijdgroen
bijvoeglijk naamwoord ˈɑltɛitˌxrunBetekenis
- groen loof dragend dat niet afvalt
- tweede betekenisomschrijving
Hoe spreek je altijdgroen uit?
/ˈɑltɛitˌxrun/
Altijdgroen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| x | acht |
| r | rood |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| altijdgroene | verbogen, stellende trap |
| altijdgroens | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van altijd bn en groen
Woordfamilie van altijdgroen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| altijdgroene | verbogen vorm | altijdgroen |
| altijdgroens | partitive, positive | altijdgroen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van altijdgroen zijn vastgelegd.