harpoen
zelfstandig naamwoord hɑrˈpunBetekenis
- een grote pijl met weerhaken aan een touw
- een speer met weerhaken
Hoe spreek je harpoen uit?
/hɑrˈpun/
Harpoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| p | pak |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| harpoenen | meervoud |
| harpoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| harpoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geweerhaakt werptuig’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287
Woordfamilie van harpoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| harpoenen | meervoud | harpoen |
| harpoentje | verkleinwoord | harpoen |
| harpoentjes | verkleinwoord meervoud | harpoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van harpoen zijn vastgelegd.