schoenveter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een veter om een schoen of laars open of dicht te rijgen
zelfstandig naamwoord — masculine
- veter om een schoen of laars dicht te rijgen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoenveters | meervoud |
| schoenvetertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoenvetertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schoen en veter
Woordfamilie van schoenveter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoenveters | meervoud | schoenveter |
| schoenvetertje | verkleinwoord | schoenveter |
| schoenvetertjes | verkleinwoord meervoud | schoenveter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoenveter zijn vastgelegd.