schoenmaken
werkwoordBetekenis
- het vervaardigen van schoeisel
Vervoeging van schoenmaken
schoenmakenhele werkwoord — -voltooid deelwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | verleden tijd |
| - | verleden tijd, deelwoord |
Herkomst
samenstelling van schoen en maken
Woordfamilie van schoenmaken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoenmaak | woordvorm | schoenmaken |
| schoenmakend | woordvorm | schoenmaken |
| schoenmakende | woordvorm | schoenmaken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoenmaken zijn vastgelegd.