ontdoen
werkwoord ɔnˈdunBetekenis
- een aanhangsel of eigendom verwijderen van iets
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je ontdoen uit?
/ɔnˈdun/
Ontdoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontdoen
ontdoenhele werkwoord — ontdeedverleden tijd enkelvoud — ontdedenverleden tijd meervoud — ontdaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontdoe | ontdeed |
| jij | ontdoet | ontdeed |
| hij, zij, het | ontdoet | ontdeed |
| wij | ontdoen | ontdeden |
| jullie | ontdoen | ontdeden |
| zij | ontdoen | ontdeden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is ontdaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontdaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontdaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontdaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontdaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontdaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontdaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontdaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontdaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontdaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontdaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontdaan | verleden tijd, deelwoord |
| ontdaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontdaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontdaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontdaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontdaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontdaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontdeed | verleden tijd |
| ontdoe | gebiedende wijs |
| ontdoe | aanvoegende wijs |
| ontdoend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontdaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontdoen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren ontdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontdaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden ontdaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden ontdaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontdaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontdaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontdaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontdaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontdaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontdaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontdaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontdaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontdaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van doen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontdoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontdeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontdoen |
| ontdeed | verleden tijd | ontdoen |
| ontdoe | gebiedende wijs | ontdoen |
| ontdoend | onvoltooid deelwoord | ontdoen |
| ontdoende | woordvorm | ontdoen |
| ontdoet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontdoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontdoen zijn vastgelegd.