voldoen
werkwoord vɔlˈdunBetekenis
- ~ aan een eis vervullen
Hoe spreek je voldoen uit?
/vɔlˈdun/
Voldoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɔ | bot |
| l | land |
| d | dak |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- betalen
Vervoeging van voldoen
voldoenhele werkwoord — voldeedverleden tijd enkelvoud — voldedenverleden tijd meervoud — voldaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | voldoe | voldeed |
| jij | voldoet | voldeed |
| hij, zij, het | voldoet | voldeed |
| wij | voldoen | voldeden |
| jullie | voldoen | voldeden |
| zij | voldoen | voldeden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is voldaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was voldaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd voldaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt voldaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal voldaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal voldaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou voldaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou voldaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had voldaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had voldaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had voldaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden voldaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden voldaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden voldaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt voldaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voldaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft voldaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben voldaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te voldoen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen voldoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldaan | verleden tijd, deelwoord |
| voldaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| voldaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| voldeed | verleden tijd |
| voldoe | gebiedende wijs |
| voldoe | aanvoegende wijs |
| voldoend | onvoltooid, deelwoord |
| zal voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt voldaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen voldoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult voldaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult voldoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van vol en doen
Woordfamilie van voldoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voldeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | voldoen |
| voldeed | verleden tijd | voldoen |
| voldoe | gebiedende wijs | voldoen |
| voldoet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | voldoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voldoen zijn vastgelegd.