pompoen
zelfstandig naamwoord pɔmˈpunBetekenis
- een zeer oud (9000 v.Chr.) cultuurgewas uit Midden- en Zuid-Amerika, bestaande uit de grote vlezige vruchten van de planten van het geslacht Cucurbita
Hoe spreek je pompoen uit?
/pɔmˈpun/
Pompoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɔ | bot |
| m | maan |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| pompoenen | meervoud |
| pompoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| pompoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vrucht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1562
Woordfamilie van pompoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| pompoenen | meervoud | pompoen |
| pompoentje | verkleinwoord | pompoen |
| pompoentjes | verkleinwoord meervoud | pompoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pompoen zijn vastgelegd.