galjoen
zelfstandig naamwoord ɣɑlˈjunBetekenis
- een historisch zeilschip met een hoge achtersteven
- de nationale vis van Zuid-Afrika
Hoe spreek je galjoen uit?
/xɑlˈjun/
Galjoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| l | land |
| j | ja |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- / Dichistius capensis de nationale vis van Zuid-Afrika feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| galjoenen | meervoud |
| galjoentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| galjoentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Spaans galeón van Frans galion, in de betekenis van ‘zeilschip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1538
Woordfamilie van galjoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| galjoenen | meervoud | galjoen |
| galjoentje | verkleinwoord | galjoen |
| galjoentjes | verkleinwoord meervoud | galjoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van galjoen zijn vastgelegd.