zwemseizoen
zelfstandig naamwoord ˈzwɛmsɛiˌzunBetekenis
- periode van het jaar dat men kan zwemmen
- periode waarin bepaalde zwemcompetities worden gehouden
Hoe spreek je zwemseizoen uit?
/ˈzwɛmsɛiˌzun/
Zwemseizoen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| s | sok |
| ɛi | trein |
| u | boek |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwemseizoenen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zwemmen ww en seizoen zn
Woordfamilie van zwemseizoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwemseizoenen | meervoud | zwemseizoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwemseizoen zijn vastgelegd.