Naar de inhoud

misverstaan

verkeerd begrijpen

misverstaan

werkwoord ˈmɪsfərˌstan

Betekenis

  1. verkeerd begrijpen

Hoe spreek je misverstaan uit?

/ˈmɪsfərˌstan/

Misverstaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmɪsfərˌstan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
s sok
f fiets
ə de
r rood
t tak
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van misverstaan

misverstaanhele werkwoord — verstond misverleden tijd enkelvoud — verstonden misverleden tijd meervoud — misverstaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versta mis verstond mis
jij verstaat mis verstond mis
hij, zij, het verstaat mis verstond mis
wij verstaan mis verstonden mis
jullie verstaan mis verstonden mis
zij verstaan mis verstonden mis
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misverstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misverstaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misverstaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misverstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misverstaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misverstaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misverstaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misverstaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misverstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mis te verstaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mis te zullen verstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mis zal verstaan bijzin, toekomende tijd
mis zou verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zouden verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zoudt verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zullen verstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mis zullen verstaan bijzin, toekomende tijd
mis zult verstaan bijzin, toekomende tijd
misversta bijzin, tegenwoordige tijd
misverstaan verleden tijd, deelwoord
misverstaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misverstaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misverstaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misverstaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misverstaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaand onvoltooid, deelwoord
misverstaat bijzin, tegenwoordige tijd
misverstond bijzin, verleden tijd
misverstonden bijzin, verleden tijd
te hebben misverstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misverstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versta mis gebiedende wijs
verstond mis verleden tijd
waart misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal misverstaan bijzin, toekomende tijd
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) misverstaan mis zou(dt) verstaan bijzin, voorwaardelijk
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen misverstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen misverstaan bijzin, toekomende tijd
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van misverstaan

Vervoeging van misverstaan

misverstaanhele werkwoord — verstond misverleden tijd enkelvoud — verstonden misverleden tijd meervoud — misverstaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik versta mis verstond mis
jij verstaat mis verstond mis
hij, zij, het verstaat mis verstond mis
wij verstaan mis verstonden mis
jullie verstaan mis verstonden mis
zij verstaan mis verstonden mis
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misverstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misverstaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misverstaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misverstaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misverstaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misverstaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misverstaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misverstaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misverstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mis te verstaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mis te zullen verstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mis zal verstaan bijzin, toekomende tijd
mis zou verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zouden verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zoudt verstaan bijzin, voorwaardelijk
mis zullen verstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mis zullen verstaan bijzin, toekomende tijd
mis zult verstaan bijzin, toekomende tijd
misversta bijzin, tegenwoordige tijd
misverstaan verleden tijd, deelwoord
misverstaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misverstaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misverstaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misverstaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misverstaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misverstaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misverstaand onvoltooid, deelwoord
misverstaat bijzin, tegenwoordige tijd
misverstond bijzin, verleden tijd
misverstonden bijzin, verleden tijd
te hebben misverstaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misverstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
versta mis gebiedende wijs
verstond mis verleden tijd
waart misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misverstaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt misverstaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal misverstaan bijzin, toekomende tijd
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt misverstaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) misverstaan mis zou(dt) verstaan bijzin, voorwaardelijk
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt misverstaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt misverstaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misverstaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen misverstaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen misverstaan bijzin, toekomende tijd
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misverstaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misverstaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen misverstaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult misverstaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van mis en verstaan

Woordfamilie van misverstaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
misversta subordinate-clause, tegenwoordige tijd misverstaan
misverstaand onvoltooid deelwoord misverstaan
misverstaande woordvorm misverstaan
misverstaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd misverstaan
misverstane woordvorm misverstaan
misverstond subordinate-clause, verleden tijd misverstaan
misverstonden subordinate-clause, verleden tijd misverstaan
versta mis gebiedende wijs misverstaan
verstaan mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon misverstaan
verstaat mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon misverstaan
verstond mis verleden tijd misverstaan
verstonden mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misverstaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misverstaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over misverstaan

Hoe spreek ik misverstaan uit?
Zo spreek je misverstaan uit: /ˈmɪsfərˌstan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van misverstaan?
Misverstaan is een werkwoord. De betekenis is: verkeerd begrijpen.
Hoe vervoeg ik misverstaan?
Zo vervoeg je misverstaan zo: het voltooid deelwoord is misverstaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op misverstaan?

In dit woordenboek rijmen 230 woorden op -aan op misverstaan, zoals maan, banaan en italiaan. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op misverstaan, uitspraak ˈmɪsfərˌstan, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
maan 1
banaan 2
italiaan 4
baan 1
haan 1
zwaan 1
baviaan 3
gaan 1
arubaan 3
pelikaan 3
braziliaan 4
afrikaan 3
amerikaan 4
bakbanaan 3
bestaan 2
europeaan 4
cyaan 2
bonairiaan 4
kapelaan 3
colombiaan 4
begaan 2
ondergaan 3
leguaan 3
aan 1
aangedaan 3
graan 1
verslaan 2
verstaan 2
traan 1
beslaan 2
mediaan 3
saffraan 2
vooraan 2
slaan 1
laan 1
ontslaan 2
achteraan 3
staan 1
kraan 1
eraan 2
Nog 60 rijmwoorden

Er zijn er 230 in totaal; hier staan de kortste 100.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord misverstaan is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. T 2
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

misverstaan levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. V 4
  5. E 1
  6. R 2
  7. S 2
  8. T 2
  9. A 1
  10. A 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

misverstaan in het kort

misverstaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van misverstaan staan er 87 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort misverstaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

misverstaan: verkeerd begrijpen
Deel misverstaan — standaardnederlands.nl