misstaan
werkwoord mɪˈstanBetekenis
- niet goed staan
- niet passend zijn voor
Hoe spreek je misstaan uit?
/mɪˈstan/
Misstaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van misstaan
misstaanhele werkwoord — misstondverleden tijd enkelvoud — misstondenverleden tijd meervoud — misstaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | missta | misstond |
| jij | misstaat | misstond |
| hij, zij, het | misstaat | misstond |
| wij | misstaan | misstonden |
| jullie | misstaan | misstonden |
| zij | misstaan | misstonden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| missta | gebiedende wijs |
| missta | aanvoegende wijs |
| misstaan | verleden tijd, deelwoord |
| misstaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misstaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misstaand | onvoltooid, deelwoord |
| misstond | verleden tijd |
| te hebben misstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van misstaan
Vervoeging van misstaan
misstaanhele werkwoord — misstondverleden tijd enkelvoud — misstondenverleden tijd meervoud — misstaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | missta | misstond |
| jij | misstaat | misstond |
| hij, zij, het | misstaat | misstond |
| wij | misstaan | misstonden |
| jullie | misstaan | misstonden |
| zij | misstaan | misstonden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| missta | gebiedende wijs |
| missta | aanvoegende wijs |
| misstaan | verleden tijd, deelwoord |
| misstaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misstaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misstaand | onvoltooid, deelwoord |
| misstond | verleden tijd |
| te hebben misstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt misstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen misstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult misstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult misstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van mis bn en staan ww
Woordfamilie van misstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| missta | gebiedende wijs | misstaan |
| misstaand | onvoltooid deelwoord | misstaan |
| misstaande | woordvorm | misstaan |
| misstaat | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misstaan |
| misstond | verleden tijd | misstaan |
| misstonden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misstaan zijn vastgelegd.