facteur
zelfstandig naamwoord fɑkˈtørBetekenis
- iemand die poststukken bij de geadresseerde bezorgt
- iemand die in opdracht van een koopman met diens kapitaal handel drijft en als beloning een deel van de behaalde winst mag houden
- artistiek leider van een rederijkerskamer
- postbode
Hoe spreek je facteur uit?
/fɑkˈtør/
Facteur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| t | tak |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| facteurs | meervoud |
Herkomst
van Frans facteur
Woordfamilie van facteur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| facteurs | meervoud | facteur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van facteur zijn vastgelegd.