doubleur
zelfstandig naamwoord du'blørBetekenis
- iemand die hetzelfde schooljaar twee keer doet, m.n. in het basis- en middelbaar onderwijs
- verdubbelaar
- stemacteur
- zittenblijver
Hoe spreek je doubleur uit?
/duˈblør/
Doubleur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| u | boek |
| b | bak |
| l | land |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| doubleurs | meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van doubleren met het achtervoegsel -eur
Woordfamilie van doubleur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doubleurs | meervoud | doubleur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van doubleur zijn vastgelegd.