derailleur
zelfstandig naamwoord derɑ'jørBetekenis
- versnellingsmechanisme dat de fietsketting aan het achterwiel of de trapas naar een groter of kleiner versnellingsblad leidt (en vice versa) en daardoor de overbrengsverhouding (het verzet) verandert
Hoe spreek je derailleur uit?
/derɑˈjør/
Derailleur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| e | veel |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| ø | deur |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| derailleurs | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versnellingsmechanisme van een fiets’ voor het eerst aangetroffen in 1951
Woordfamilie van derailleur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| derailleurs | meervoud | derailleur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van derailleur zijn vastgelegd.