scheur
zelfstandig naamwoord, werkwoord sxørBetekenis
- een kloof in een vlies of weefsel
Hoe spreek je scheur uit?
/sxør/
Scheur bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| ø | deur |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheuren | meervoud |
| scheurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scheurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheuren
- gebiedende wijs van scheuren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheuren
Vervoeging van scheur
scheurhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘barst’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van scheur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheurtje | verkleinwoord | scheur |
| scheurtjes | verkleinwoord meervoud | scheur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scheur zijn vastgelegd.