exporteur
zelfstandig naamwoord ɛkspɔr'tørBetekenis
- iemand die goederen exporteert
Hoe spreek je exporteur uit?
/ɛkspɔrˈtør/
Exporteur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| p | pak |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| t | tak |
| ø | deur |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| exporteurs | meervoud |
| exporteurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| exporteurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van exporteren met het achtervoegsel -eur
Woordfamilie van exporteur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exporteurs | meervoud | exporteur |
| exporteurtje | verkleinwoord | exporteur |
| exporteurtjes | verkleinwoord meervoud | exporteur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exporteur zijn vastgelegd.