steur
zelfstandig naamwoord, werkwoord størBetekenis
- een anadrome straalvinnige vis die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken
- (Nederlands-Indië) iemand die als verlaten Indo-Europees kind opgroeit of is opgegroeid in een opvangtehuis van Pa van der Steur
Hoe spreek je steur uit?
/stør/
Steur bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ø | deur |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort anadrome vis, Acipenser sturio, die een lengte van 6 meter en een gewicht van 400 kg kan bereiken
- iemand die als verlaten Indo-Europees kind opgroeit of is opgegroeid in een opvangtehuis van Pa van der Steur
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| steuren | meervoud |
| steurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| steurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
- gebiedende wijs van steuren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van steuren
Vervoeging van steur
steurhele werkwoord
Herkomst
[1] erfwoord via Middelnederlands stuere van Oudnederlands sturo, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen rond 850
Woordfamilie van steur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| steurtje | verkleinwoord | steur |
| steurtjes | verkleinwoord meervoud | steur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van steur zijn vastgelegd.