vapeur
zelfstandig naamwoord vaˈpørBetekenis
- oprisping, dampen, hinderlijke uitstoot van maagdampen
- opvlieger, onprettig warm gevoel waar vrouwen in de overgang soms bij vlagen last van hebben
- (België) stoomtrein, spoortrein
- (België) rail waarlangs of wagentje waarop de koeketel om 's winters het veevoer in op te warmen, naar de stal werd gereden
- mousseline, fijn, dun weefsel van katoen
- stoom
Hoe spreek je vapeur uit?
/vaˈpør/
Vapeur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| a | maan |
| p | pak |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- stoomtrein, spoortrein obsolete
- rail waarlangs of wagentje waarop de koeketel om 's winters het veevoer in op te warmen, naar de stal werd gereden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vapeurs | meervoud |
Herkomst
m: van Frans vapeur
Woordfamilie van vapeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vapeurs | meervoud | vapeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vapeur zijn vastgelegd.