achterdeur
zelfstandig naamwoord ˈɑxtərˌdørBetekenis
- deur langs de achterkant van een gebouw
- achterdeurtje = via de niet officiële weg
Hoe spreek je achterdeur uit?
/ˈɑxtərˌdør/
Achterdeur bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| ø | deur |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- niet-officiële of heimelijke werkwijze figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achterdeuren | meervoud |
| achterdeurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| achterdeurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van achter bw en deur zn
Woordfamilie van achterdeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterdeuren | meervoud | achterdeur |
| achterdeurtje | verkleinwoord | achterdeur |
| achterdeurtjes | verkleinwoord meervoud | achterdeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterdeur zijn vastgelegd.