beslag
zelfstandig naamwoord bəˈslɑxBetekenis
- beslaglegging, inname van goederen van rechtswege, confiscatie
- vloeibaar deeg (mengsel van een vaste stof, zoals meel of kalk, met een vloeistof)
- kleine metalen elementen zoals krukken, knoppen, schilden, rozetten, sleutelgatplaatjes op deur of raam (Hang-en-sluitwerk)
- iets krijgt zijn beslag: iets wordt officieel
- door iets of iemand in beslag genomen worden: heel druk bezig zijn met iets waardoor je nergens anders tijd voor hebt
- ruimte of tijd in beslag nemen: iets kost tijd of ruimte
Hoe spreek je beslag uit?
/bəˈslɑx/
Beslag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- bodembescherming bestaande uit een laag rijshout of riet, bezet met tuinen, of soms met ijzerdraden aan paaltjes
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beslagen | meervoud |
| beslagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beslagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘meel met water aangelengd’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1401
Woordfamilie van beslag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beslagje | verkleinwoord | beslag |
| beslagjes | verkleinwoord meervoud | beslag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beslag zijn vastgelegd.