Naar de inhoud

besjoemelen

bedriegen

besjoemelen

werkwoord

Betekenis

  1. bedriegen

Vervoeging van besjoemelen

besjoemelenhele werkwoord — besjoemeldeverleden tijd enkelvoud — besjoemeldenverleden tijd meervoud — besjoemeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik besjoemel besjoemelde
jij besjoemelt besjoemelde
hij, zij, het besjoemelt besjoemelde
wij besjoemelen besjoemelden
jullie besjoemelen besjoemelden
zij besjoemelen besjoemelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
besjoemel gebiedende wijs
besjoemeld verleden tijd, deelwoord
besjoemeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besjoemeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
besjoemeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besjoemeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
besjoemeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
besjoemeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besjoemeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
besjoemeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besjoemeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
besjoemeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
besjoemelde verleden tijd
besjoemele aanvoegende wijs
besjoemelend onvoltooid, deelwoord
er is besjoemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was besjoemeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd besjoemeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt besjoemeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal besjoemeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal besjoemeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou besjoemeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou besjoemeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had besjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had besjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden besjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden besjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besjoemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te besjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben besjoemeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen besjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren besjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was besjoemeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was besjoemeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was besjoemeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt besjoemeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt besjoemeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt besjoemeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besjoemeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen besjoemelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult besjoemeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besjoemeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besjoemeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult besjoemelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘bedotten’ voor het eerst aangetroffen in 1924

Woordfamilie van besjoemelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
besjoemel gebiedende wijs besjoemelen
besjoemeld voltooid deelwoord besjoemelen
besjoemelde verleden tijd besjoemelen
besjoemelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon besjoemelen
besjoemele aanvoegende wijs besjoemelen
besjoemelend onvoltooid deelwoord besjoemelen
besjoemelende woordvorm besjoemelen
besjoemelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon besjoemelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van besjoemelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over besjoemelen

Wat is de betekenis van besjoemelen?
Besjoemelen is een werkwoord. De betekenis is: bedriegen.
Hoe vervoeg ik besjoemelen?
Zo vervoeg je besjoemelen zo: de tegenwoordige tijd is besjoemel, de verleden tijd is besjoemelde en het voltooid deelwoord is besjoemeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord besjoemelen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. J 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

besjoemelen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. J 4
  5. O 1
  6. E 1
  7. M 3
  8. E 1
  9. L 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

besjoemelen in het kort

besjoemelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van besjoemelen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort besjoemelen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

besjoemelen: bedriegen
Deel besjoemelen — standaardnederlands.nl