bacchant
zelfstandig naamwoord bɑ'xɑntBetekenis
- losbandige Bacchuspriesteres
- iemand die aan het Bacchusfeest (een bacchanaal) meedoet
Hoe spreek je bacchant uit?
/bɑˈxɑnt/
Bacchant bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bacchanten | meervoud |
Woordfamilie van bacchant
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bacchanten | meervoud | bacchant |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bacchant zijn vastgelegd.