Naar de inhoud

wanen

zich ~: zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling

wanen is meer dan één woord

wanen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. zich ~: zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling

werkwoord

  1. (ten onrechte) veronderstellen met betrekking tot iets of iemand (m.b.t. personen hoofdzakelijk in de uitdrukking dood wanen) transitive
  2. zich ~ (+ bijvoeglijke bepaling): zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling t.a.v. zichzelf doen reflexive

Vervoeging van wanen

wanenhele werkwoord — waandeverleden tijd enkelvoud — waandenverleden tijd meervoud — gewaandvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waan waande
jij waant waande
hij, zij, het waant waande
wij wanen waanden
jullie wanen waanden
zij wanen waanden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewaand impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewaand impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewaand impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewaand impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewaand worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewaand zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewaand worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewaand zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaand verleden tijd, deelwoord
gewaand te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewaand te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewaand te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaand te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaand te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaand worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewaand zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewaand zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaand zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaand zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaand actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wanen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wanen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waan gebiedende wijs
waan me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
waan u/je , waant je gebiedende wijs
waande verleden tijd
waande je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
waande me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
waande u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
waande u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
waande zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
waande zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
waande zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
waanden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
waanden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
waanden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
waant je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
waant u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
waant u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waant zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
waant zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
waant zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
wane aanvoegende wijs
wane zich aanvoegende wijs
wanen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wanen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wanen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
wanend onvoltooid, deelwoord
waren gewaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewaand voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewaand voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewaand voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewaand enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewaand enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewaand zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaand zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me wanen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal wanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wanen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich wanen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je wanen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich gewaand hebben verleden tijd
zich wanend onvoltooid, deelwoord
zijn gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewaand voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaand hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewaand zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wanen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaand hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewaand worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord waan

Herkomst

In de betekenis van ‘zich verbeelden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van wanen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
waande verleden tijd wanen
waanden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wanen
waant aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wanen
wane aanvoegende wijs wanen
wanend onvoltooid deelwoord wanen
wanende woordvorm wanen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wanen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over wanen

Wat is de betekenis van wanen?
Wanen is een werkwoord. De betekenis is: zich ~: zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wanen?
Zo vervoeg je wanen zo: de tegenwoordige tijd is waan, de verleden tijd is waande en het voltooid deelwoord is gewaand. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wanen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wanen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. E 1
  5. N 1
  6. 9 zonder bonus
  7. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wanen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

wanen in het kort

wanen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wanen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wanen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wanen: zich ~: zich iets inbeelden wat niet waar is; een onterechte veronderstelling
Deel wanen — standaardnederlands.nl