Naar de inhoud

verzetten

zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets

verzetten is meer dan één woord

verzetten

werkwoord, zelfstandig naamwoord vərˈzɛtə(n)

Betekenis

  1. zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
  2. van de ene op de andere plaats zetten
  3. werk ~ veel aan het arbeidsproces bijdragen
  4. een zijdelingse beweging maken

Hoe spreek je verzetten uit?

/vərˈzɛtən/

Verzetten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈzɛtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
z zon
ɛ bed
t tak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. afleiding of vermaak bezorgen transitive

Vervoeging van verzetten

verzettenhele werkwoord — verzetteverleden tijd enkelvoud — verzetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verzet verzette
jij verzet verzette
hij, zij, het verzet verzette
wij verzetten —
jullie verzetten —
zij verzetten —
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verzet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verzet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verzet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verzet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verzet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verzet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verzet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verzet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verzetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzet gebiedende wijs
verzet verleden tijd, deelwoord
verzet je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzet me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verzet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verzet u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzet u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzet u/je , verzet je gebiedende wijs
verzet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzet zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verzet zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzet zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verzet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verzette verleden tijd
verzette aanvoegende wijs
verzette je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzette me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzette u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verzette u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzette zich aanvoegende wijs
verzette zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verzette zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verzette zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzetten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verzetten je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzetten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verzetten ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzetten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verzetten zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verzettend onvoltooid, deelwoord
waart verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verzet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verzet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verzet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verzet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verzet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verzetten eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verzet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verzet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verzet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verzetten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verzetten derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verzetten tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verzet hebben verleden tijd
zich verzettend onvoltooid, deelwoord
zijn verzet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verzet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verzet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verzet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verzetten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verzetten tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verzetten eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verzet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verzet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord verzet

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van verzetten

Vervoeging van verzetten

verzettenhele werkwoord

Herkomst

Afgeleid van zetten met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verzette verleden tijd verzetten
verzettend onvoltooid deelwoord verzetten
verzettende woordvorm verzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verzetten

Hoe spreek ik verzetten uit?
Zo spreek je verzetten uit: /vərˈzɛtə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verzetten?
Verzetten is een werkwoord. De betekenis is: zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verzetten?
Zo vervoeg je verzetten zo: de tegenwoordige tijd is verzet, de verleden tijd is verzette en het voltooid deelwoord is verzet. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verzetten?

In dit woordenboek rijmen 47 woorden op -etten op verzetten, zoals zetten, besmetten en bezetten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verzetten, uitspraak vərˈzɛtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
zetten 2
besmetten 3
bezetten 3
ontsmetten 3
wetten 2
chatten 2
netten 2
vetten 2
verderzetten 4
koffiezetten 4
spetten 2
resetten 3
aandelenpakketten 6
aanplakbiljetten 5
aanslagbiljetten 5
amoretten 4
amuletten 4
avondtoiletten 5
baltoiletten 4
blanketten 3
bonketten 3
braceletten 4
castagnetten 4
composttoiletten 5
crisiswetten 4
galetten 3
getten 2
handalfabetten 5
hondentoiletten 5
janetten 3
kankersletten 4
mentholsigaretten 6
navetten 3
omgevingswetten 5
pincetten 3
rivetten 3
scholingsbudgetten 5
stadsloketten 4
tegenzetten 4
tentetten 3
Nog 7 rijmwoorden
tetten 2
toiletten 3
vedetten 3
videochatten 5
vingeralfabetten 6
vrouwentoiletten 5
yenbiljetten 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verzetten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 4
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verzetten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. Z 5
  5. E 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verzetten in het kort

verzetten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verzetten staan er 95 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verzetten bij een woordfamilie van 3 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verzetten: zich ~ tegen: weerstand bieden aan iets
Deel verzetten — standaardnederlands.nl