student
zelfstandig naamwoord styˈdɛntBetekenis
- iemand die hoger onderwijs volgt
- (mannelijke vorm)
- studente (vrouwelijke vorm)
- iemand die middelbaar of hoger onderwijs studeert
Hoe spreek je student uit?
/styˈdɛnt/
Student bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| studenten | meervoud |
| studentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| studentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands student van Latijn studens ww tegenwoordig deelwoord van ' studere ww , in de betekenis van ‘iemand die studeert’ aangetroffen vanaf 1350
Woordfamilie van student
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| studenten | meervoud | student |
| studentje | verkleinwoord | student |
| studentjes | verkleinwoord meervoud | student |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van student zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- studentenblad
- studentenbond
- studentencorps
- studentenfeest
- studentenflat
- studentenhuis
- studentenjaarkaart
- studentenkaart
- studentenkamer
- studentenkerk
- studentenkot
- studentenleven
- studentenpas
- studentenpsycholoog
- studentenraad
- studentenstad
- studentenstop
- studententijd
- studentenvakbond
- studentenvereniging
- studentenverzet