studententijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de tijdsperiode dat men student is
- studieperiode
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| studententijden | meervoud |
| studententijdje | verkleinwoord, enkelvoud |
| studententijdjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van student en tijd met het invoegsel -en-
Woordfamilie van studententijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| studententijden | meervoud | studententijd |
| studententijdje | verkleinwoord | studententijd |
| studententijdjes | verkleinwoord meervoud | studententijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van studententijd zijn vastgelegd.