accent
zelfstandig naamwoord ɑkˈsɛntBetekenis
- de manier waarop iemand de klanken uitspreekt
- een teken dat op een klinker kan worden geplaatst
- de nadruk
Hoe spreek je accent uit?
/ɑkˈsɛnt/
Accent bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| k | kat |
| s | sok |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- de manier waarop iemand de fonetische klanken uitspreekt
- een diakritisch teken dat op een geschreven klinker kan worden geplaatst
- emfase, nadruk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| accenten | meervoud |
| accentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| accentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Te herleiden tot het Latijnse accentus, voltooid deelwoord van accinere, al dan niet via ontlening uit het Frans. In de betekenis van ‘klemtoon’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van accent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| accenten | meervoud | accent |
| accentje | verkleinwoord | accent |
| accentjes | verkleinwoord meervoud | accent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van accent zijn vastgelegd.