abituriënt
zelfstandig naamwoord abityriˈjɛntBetekenis
- wie een middelbare school of school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs met het eindexamendiploma verlaat
Hoe spreek je abituriënt uit?
/abityriˈjɛnt/
Abituriënt bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vijfde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| b | bak |
| i | riet |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abituriënten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘eindexamenkandidaat’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van abituriënt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abituriënten | meervoud | abituriënt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abituriënt zijn vastgelegd.