regent
zelfstandig naamwoord, werkwoord rəˈɣɛntBetekenis
- iemand die voor de eigenlijke vorst het koningschap waarneemt
- een lid van de heersende klasse, met name maar niet uitsluitend tijdens de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
- inheems bestuurder in het voormalige Nederlands-Indië
Hoe spreek je regent uit?
/rəˈxɛnt/
Regent bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ə | de |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| regenten | enkelvoud |
| regentje | verkleinwoord |
| regentjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Woordvorm
- onpersoonlijke tegenwoordige tijd van regenen
Vervoeging van regent
regenthele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] régent | canonical |
Woordfamilie van regent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| regenten | enkelvoud | regent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van regent zijn vastgelegd.