element
zelfstandig naamwoord ˌeləˈmɛntBetekenis
- de naam voor een stof die via de scheikunde niet meer in verschillende substanties te splitsen is, zo'n stof bestaat louter uit één type van atomen
- een onderdeel van een verzameling
- een lastig individu
- omzetter van bijv. trillingen in elektriciteit of elektriciteit in warmte etc. in het bijzonder:
- voorwerp waarin elektriciteit wordt opgewekt
- één van de vier elementen: water, lucht, aarde of vuur
- een deel van een geheel
- een groep personen
- galvanisch element, galvanische cel, voltacel, elektrochemisch element
- živel
- díl
- galvanický článek
Hoe spreek je element uit?
/ˌeləˈmɛnt/
Element bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| l | land |
| ə | de |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- elk van de vier fundamentele bestanddelen van de wereld: water, lucht, aarde of vuur
- afzonderlijke eigenschap; afzonderlijk deel van een samenstelling
- situatie waarin iemand zich helemaal thuis voelt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| elementen | meervoud |
| elementje | verkleinwoord, enkelvoud |
| elementjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Van Oudfrans element of Latijn elementum. In de betekenis van ‘hoofdstof, eenheid’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van element
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| elementen | meervoud | element |
| elementje | verkleinwoord | element |
| elementjes | verkleinwoord meervoud | element |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van element zijn vastgelegd.