reisagent
zelfstandig naamwoord ˈrɛisaˌɣɛntBetekenis
- persoon die bij een reisbureau werkt
- onderneming waar mensen die een reis willen maken transport en overnachtingen kunnen boeken
- tussenpersoon voor mensensmokkelaars
Hoe spreek je reisagent uit?
/ˈrɛisaˌxɛnt/
Reisagent bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| a | maan |
| x | acht |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| reisagenten | meervoud |
| reisagentje | verkleinwoord, enkelvoud |
| reisagentjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van reis zn en agent zn
Woordfamilie van reisagent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| reisagenten | meervoud | reisagent |
| reisagentje | verkleinwoord | reisagent |
| reisagentjes | verkleinwoord meervoud | reisagent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reisagent zijn vastgelegd.