resident
zelfstandig naamwoord resiˈdɛntBetekenis
- bestuurder van een groot gebied in het vroegere Nederlands-Indië (rang onder gouverneur(gouverneur-generaal|-generaal) en boven assistent-resident)
- vertegenwoordiger van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in vorstendommen in Zuid-Oost Azië
- vertegenwoordiger van een regering in het buitenland (rang onder gezant en boven zaakgelastigde)
- inwoner
Hoe spreek je resident uit?
/resiˈdɛnt/
Resident bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| s | sok |
| i | riet |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bestuurder van een groot gebied in het vroegere Nederlands-Indië (rang onder gouverneur(-generaal) en boven assistent-resident)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| residenten | meervoud |
Herkomst
van Frans résident zn
Woordfamilie van resident
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| residenten | meervoud | resident |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van resident zijn vastgelegd.