abonnement
zelfstandig naamwoord ˌɑbɔnəˈmɛntBetekenis
- overeenkomst waarbij een persoon op geregelde tijden (bijvoorbeeld wekelijks of maandelijks) een tijdschrift of dergelijke ontvangt
- regeling, waarbij een eenmalige of periodieke betaling wordt gedaan, welke recht geeft op een gedurende een bepaalde periode onbeperkte gebruikmaking van een bepaalde service
Hoe spreek je abonnement uit?
/ˌɑbɔnəˈmɛnt/
Abonnement bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| b | bak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| ə | de |
| m | maan |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abonnementen | meervoud |
| abonnementje | verkleinwoord, enkelvoud |
| abonnementjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van abonnement
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abonnementen | meervoud | abonnement |
| abonnementje | verkleinwoord | abonnement |
| abonnementjes | verkleinwoord meervoud | abonnement |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abonnement zijn vastgelegd.