peperboompje
zelfstandig naamwoord ˈpepərˌbompjəBetekenis
- giftige sierplant met purperroze bloemen en rode bessen
Hoe spreek je peperboompje uit?
/ˈpepərˌbompjə/
Peperboompje bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| e | veel |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Daphne in de peperboompjesfamilie (Thymelaeaceae); merendeels lage, bladverliezende struiken, soms bomen, zelden kruiden; soms bladhoudend De bladen staan afwisselend, soms tegenoverstaand en zijn kort gesteeld. De bloemen staan in kleine trossen of schermen en zijn meestal geurend. Het bloemdek heeft een vierdelige zoom. Meeldraden en stijl zijn korter dan het bloemdek.
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord peperboom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (peperbomen) | enkelvoud |
| (peperboom) | |
| peperboompjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Herkomst
afgeleid van peperboom zn met het achtervoegsel -pje