onderstaan
werkwoord ˈɔndərˌstanBetekenis
- onder water staan
Hoe spreek je onderstaan uit?
/ˈɔndərˌstan/
Onderstaan bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van onderstaan
onderstaanhele werkwoord — onderstondverleden tijd enkelvoud — onderstondenverleden tijd meervoud — ondergestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ondersta | onderstond |
| jij | onderstaat | onderstond |
| hij, zij, het | onderstaat | onderstond |
| wij | staan onder | onderstonden |
| jullie | staan onder | onderstonden |
| zij | staan onder | onderstonden |
Alle 124 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] ónderstaan | canonical |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben onderstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| ondergestaan | verleden tijd, deelwoord |
| ondergestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondersta | gebiedende wijs |
| ondersta | aanvoegende wijs |
| ondersta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderstaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderstaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderstaand | onvoltooid, deelwoord |
| onderstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderstond | bijzin, verleden tijd |
| onderstonden | bijzin, verleden tijd |
| sta onder | gebiedende wijs |
| stond onder | verleden tijd |
| te hebben ondergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben onderstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) onderstaan onder zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal onderstaan onder zult/zal staan | bijzin, toekomende tijd |
werkwoord
- lijden, verduren, ondergaan# voltooid deelwoord van onderstaan
Vervoeging van onderstaan
onderstaanhele werkwoord — onderstondverleden tijd enkelvoud — onderstondenverleden tijd meervoud — ondergestaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ondersta | onderstond |
| jij | onderstaat | onderstond |
| hij, zij, het | onderstaat | onderstond |
| wij | staan onder | onderstonden |
| jullie | staan onder | onderstonden |
| zij | staan onder | onderstonden |
Alle 125 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] onderstáán | canonical |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergestaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderstaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergestaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt onderstaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben onderstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderstaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te staan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal staan | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt staan | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen staan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen staan | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult staan | bijzin, toekomende tijd |
| ondergestaan | verleden tijd, deelwoord |
| ondergestaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergestaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondersta | gebiedende wijs |
| ondersta | aanvoegende wijs |
| ondersta | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderstaan | verleden tijd, deelwoord |
| onderstaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderstaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderstaand | onvoltooid, deelwoord |
| onderstaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderstond | verleden tijd |
| onderstond | bijzin, verleden tijd |
| onderstonden | bijzin, verleden tijd |
| sta onder | gebiedende wijs |
| te hebben ondergestaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben onderstaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) onderstaan onder zou(dt) staan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ondergestaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderstaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt onderstaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderstaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ondergestaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderstaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderstaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult onderstaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal onderstaan onder zult/zal staan | bijzin, toekomende tijd |
Woordfamilie van onderstaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondergestaan | voltooid deelwoord | onderstaan |
| ondersta | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderstaan |
| onderstaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderstaan |
| onderstond | subordinate-clause, verleden tijd | onderstaan |
| onderstonden | subordinate-clause, verleden tijd | onderstaan |
| sta onder | gebiedende wijs | onderstaan |
| staan onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderstaan |
| staat onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderstaan |
| stond onder | verleden tijd | onderstaan |
| stonden onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderstaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderstaan zijn vastgelegd.