mijnheer
zelfstandig naamwoord mɛinˈherBetekenis
- een aanspreektitel voor een man
- de heer des huizes
- een titel voor marineofficieren
Hoe spreek je mijnheer uit?
/mɛinˈher/
Mijnheer bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| h | hoed |
| e | veel |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mijnheertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mijnheertjes | verkleinwoord, meervoud |
| mijnheren | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘titel voor een man’ voor het eerst aangetroffen in 1289
Woordfamilie van mijnheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mijnheertje | verkleinwoord | mijnheer |
| mijnheertjes | verkleinwoord meervoud | mijnheer |
| mijnheren | meervoud | mijnheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mijnheer zijn vastgelegd.