Naar de inhoud

kozen

minnekozen, liefkozen

kozen

werkwoord ˈkozə(n)

Betekenis

  1. minnekozen, liefkozen

Hoe spreek je kozen uit?

/ˈkozən/

Kozen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkozən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
o boot
z zon
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van kozen

kozenhele werkwoord — koosdeverleden tijd enkelvoud — koosdenverleden tijd meervoud — gekoosdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koos koosde
jij koost koosde
hij, zij, het koost koosde
wij kozen koosden
jullie kozen koosden
zij kozen koosden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekoosd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekoosd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekoosd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekoosd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekoosd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekoosd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekoosd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekoosd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekoosd verleden tijd, deelwoord
gekoosd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekoosd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekoosd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekoosd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoosd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koos gebiedende wijs
koosde verleden tijd
koze aanvoegende wijs
kozend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekoosd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kozen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kozen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kozen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van kiezen

Vervoeging van kozen

kozenhele werkwoord — koosdeverleden tijd enkelvoud — koosdenverleden tijd meervoud — gekoosdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik koos koosde
jij koost koosde
hij, zij, het koost koosde
wij kozen koosden
jullie kozen koosden
zij kozen koosden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekoosd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekoosd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekoosd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekoosd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekoosd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekoosd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekoosd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekoosd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekoosd verleden tijd, deelwoord
gekoosd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekoosd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekoosd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekoosd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekoosd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekoosd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoosd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekoosd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
koos gebiedende wijs
koosde verleden tijd
koze aanvoegende wijs
kozend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekoosd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te kozen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen kozen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekoosd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt kozen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen kozen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekoosd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult kozen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vertrouwelijk praten’ voor het eerst aangetroffen in 1300

Woordfamilie van kozen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekoosd voltooid deelwoord kozen
gekoosde woordvorm kozen
koosde verleden tijd kozen
koosden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon kozen
koze aanvoegende wijs kozen
kozend onvoltooid deelwoord kozen
kozende woordvorm kozen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kozen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over kozen

Hoe spreek ik kozen uit?
Zo spreek je kozen uit: /ˈkozə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van kozen?
Kozen is een werkwoord. De betekenis is: minnekozen, liefkozen.
Hoe vervoeg ik kozen?
Zo vervoeg je kozen zo: de tegenwoordige tijd is koos, de verleden tijd is koosde en het voltooid deelwoord is gekoosd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op kozen?

Er staan 14 woorden in dit woordenboek die op kozen rijmen, waaronder blozen, vozen en verblozen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op kozen, uitspraak ˈkozən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
blozen 2
vozen 2
verblozen 3
aansluitdozen 4
bollebozen 4
bozen 2
differentiaaldiagnosen 8
hypermetamorfosen 7
palladozen 4
pozen 2
schedellozen 4
sozen 2
toverdozen 4
wilgenrozen 4

Scrabble punten

Naar spel

Het woord kozen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. O 1
  3. Z 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

kozen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. O 1
  3. Z 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 zonder bonus
  7. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

kozen telt 5 letters, waarvan 5 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

kozen in het kort

kozen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van kozen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort kozen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

kozen: minnekozen, liefkozen
Deel kozen — standaardnederlands.nl