kraag
zelfstandig naamwoord /krax/Betekenis
- een kledingstuk rond de hals
- een omgeslagen rand van een kledingstuk bij de halsopening
- de naam van voorwerpen die op een kraag lijken, zoals een opstaande rand
- een witte rand schuim op een glas bier
- Wanneer het water aan de randen van een meer of vijver zijn bevroren.
Hoe spreek je kraag uit?
/krax/
Kraag bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| a | maan |
| x | acht |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kraagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kraagjes | verkleinwoord, meervoud |
| kragen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rand langs halsopening van kledingstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1350
Woordfamilie van kraag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kraagje | verkleinwoord | kraag |
| kraagjes | verkleinwoord meervoud | kraag |
| kragen | meervoud | kraag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kraag zijn vastgelegd.