exponent
zelfstandig naamwoord ɛkspo'nɛntBetekenis
- het aantal malen dat het grondtal in een machtsverheffing met zichzelf vermenigvuldigd wordt om het resultaat te verkrijgen
- kenmerkende vertegenwoordiger
Hoe spreek je exponent uit?
/ɛkspoˈnɛnt/
Exponent bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| k | kat |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| exponenten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘getal dat aanwijst uit hoeveel gelijke factoren een product bestaat’ voor het eerst aangetroffen in 1740
Woordfamilie van exponent
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| exponenten | meervoud | exponent |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van exponent zijn vastgelegd.